Cafeïnevrije koffie had lange tijd te kampen met een slecht imago. De beschuldiging: De koffie zou veel te waterig zijn en zonder smaak. Inmiddels is er echt goede cafeïnevrije koffie of "Decaf" die op geen enkele manier onderdoet voor "normale" koffie. Maar hoe werkt dat met echt goede Decaf?
Laten we de tijd even terugdraaien: Al in 1903 legde de Bremer koopman Ludwig Roselius de basis voor onze huidige Decaf. Hij vermoedde dat zijn kort daarvoor overleden vader door zijn overmatige koffiedrinken met cafeïne vergiftigd was (voorzichtig, spoiler: Hij had het mis). Vervolgens ontwikkelde hij de zogenaamde Roselius-methode voor "decafeïnering van koffie". Een deel van deze methode was echter het oplosmiddel benzeen. Zeer kankerverwekkend en giftig. Dat bleek echter pas later. Het werd snel tijd voor betere methoden.
Tegenwoordig worden voor decafeïnering directe en indirecte methoden en de koolstofdioxidemethode toegepast. Klinkt ingewikkeld. Is het ook een beetje. Ogen dicht en erdoorheen:
Bij de directe methode worden de rauwe koffiebonen in heet water geweekt. Vervolgens worden ze behandeld met oplosmiddelen zoals ethylacetaat of dichloormethaan. Vervelende namen voor stoffen die het mogelijk maken cafeïne uit de bonen te halen. De afgegoten bonen worden daarna gedroogd en geroosterd. Net als hun cafeïnehoudende broers en zussen. Belangrijk is dat de oplosmiddelen volledig worden verwijderd. Anders lijdt het koffiearoma - en soms ook de gezondheid. Deze methode is echter relatief goedkoop.
Een indirecte methode is het Zwitserse waterproces. Hierbij worden de groene koffiebonen in heet water gelegd en worden alle bestanddelen eruit gehaald. Deze bonen worden weggegooid. Het watermengsel wordt vervolgens door een koolstoffilter gedrukt om de cafeïne te verwijderen. In het cafeïnevrije water worden nieuwe, cafeïnehoudende bonen gegeven. Deze geven dan alleen hun cafeïne aan het water af. De koffiebestanddelen blijven achter, omdat het water al de volledige verzadiging van aromastoffen heeft bereikt. Dit proces wordt zo vaak herhaald totdat de bonen als cafeïnevrij worden beschouwd. Daar moet je maar eens opkomen.
Het voordeel van deze methode: Het grootste deel van het koffiearoma blijft behouden. Het duidelijke nadeel: Er wordt extreem veel water verbruikt. En een groot deel van de koffiebonen belandt in de prullenbak. Daarom wordt de methode nog maar zelden gebruikt.
En nu? Er is nog de koolstofdioxidemethode. Hier worden de rauwe koffiebonen bij kamertemperatuur onder druk met vloeibaar CO2 gespoeld. Zo wordt de cafeïne uit de boon opgelost. Uiteindelijk laat men het CO2 verdampen. De zuivere cafeïne blijft achter.
De CO2-methode is een zeer zachte methode. De koffiebonen behouden alle smaak- en aromastoffen. Ook de bonen van onze Espresso Decaffeinato worden met deze methode cafeïnevrij gemaakt. Vrij van residuen. Vol van smaak.
Cafeïnevrij betekent niet noodzakelijk volledig zonder cafeïne. Tenminste op papier: In de EU wordt koffie als cafeïnevrij beschouwd als het minder dan 0,1% cafeïne bevat. Een verwaarloosbare hoeveelheid. Onze Espresso Decaffeinato is in ieder geval een zeer goed verteerbaar alternatief. Hij is geschikt voor iedereen die gevoelig reageert op overmatige cafeïneconsumptie. Degenen die snel hartkloppingen krijgen. Of degenen die een gevoelige maag hebben.
Ook tijdens de zwangerschap kan cafeïnevrije koffie aangenamer zijn. Voor het volle koffiearoma is het essentieel altijd te letten op een zachte behandeling en passende branding. Niet alleen bij "normale" koffie, maar ook bij cafeïnevrije koffie. Anders drink je uiteindelijk echt alleen een kopje heet water.